
En ‘t grappige was dat ze zelf niet wist dat ik haar haar zo gezet had, toen ze de foto’s op de pc bekeek, kreeg ze zo ontzettend de slappe lach dat ze naar ‘t toilet moest spurten.

En ‘t grappige was dat ze zelf niet wist dat ik haar haar zo gezet had, toen ze de foto’s op de pc bekeek, kreeg ze zo ontzettend de slappe lach dat ze naar ‘t toilet moest spurten.
Annava gaf me de award door die zijn toer aan ’t doen is « Vertel 10 dingen over jezelf wat een ander nog niet weet. » Alhoewel ik niet al te enthousiast gereageerd heb, zeg ik toch merci ;) En alhoewel ik nochtans besloten had om hier enkel kindergerelateerde nieuwtjes te posten, ga ik er mij toch eens mee bezighouden (kwestie van zwangere vrouwen niet te ontgoochelen, want dat is geen verstandige zet) en aangezien ik de moeder van mijn kinderen ben, is het toch wat kindjesstuff nietwaar. Of het volledig nieuw zal zijn voor u, no idea.
1. Ik ben 1 m 70 klein/groot. Valt dat tegen als eerste weet over mezelf nietwaar ;p Nee, een serieus puntje 1 dan maar. Ik zou eigenlijk al jaren als getrouwde vrouw door ’t leven kunnen dartelen, maar om een x-aantal redenen zie ik dat niet zitten, dus doen we hier maar lekker voort zoals we bezig zijn, in Grote Zonde. Oh en wie weet, misschien doen we wel eens een city tripke naar Las Vegas en komen we als getrouwd duo terug naar Belgenland, moeha.
2. Ik ben uiterst perfectionistisch ingesteld en voor wie er jaloers zou op zijn, Dit.Is.Geen.Zegen. Perfectionisme gaat namelijk nogal dikwijls gepaard met getwijfel, kortsluitingskes, uitstelgedrag en faalangst. Gelukkig heb ik een fantastisch lief die me op zulke momenten perfect kan counteren. Ik hoop dan ook dat ik het perfectionistisch gen niet heb doorgegeven aan mijn kinderen.
3. Op mijn 21ste besloot er nog een tand uit mijn mond te vallen. Niet zomaar een tand, maar nog een melktand. Leutig. Na een bezoekje bij de tandarts werd plots (na al die tandvolle jaren) ontdekt dat ik eigenlijk twee tanden miste, namelijk mijn laterale snijtanden. Voor diegenen die niet zoveel afweten van tanden, dat zijn de tanden tussen uw snijtanden en uw hoektanden. Gelukkig had ik geen al te uitgesproken hoektanden waardoor vampierensmoel not my middle name was! Maar daar zat ik dus plots met een gat redelijk vooraan in mijn gebit en wat nog plezanter was aan gans de tandenzaak, er zat geen volwassen tand boven, dus werd er maar een beugel in mijn aantrekkelijke mond gezwierd, tot mijn 24ste ongeveer, om alles op te schuiven en dergelijke. De hoektanden werden afgeslepen en nu loop ik al zowat vijf jaar met een redelijk normaal gebit rond. Ooh en ik had een beugel met witte blokjes (om minder op te vallen), dus gedurende de beugeljaren geen koffie, curry en saffraan voor mij, anders liep ik binnen de kortste keren met gele blokjes in mijn mond, smakelijk. Interessant weetje hé!
4. In een ver verleden -toen ik nog dé melktand had- studeerde ik twee jaar Psychologie (tweemaal het eerste jaar). En daar bleef het bij. Toen was het een internationale ramp (Wat? Geen universitair diploma?), nu vind ik het zo’n zonde dat ik er ooit een traan voor gelaten heb (en dan nog gezwegen van die slapeloze nachten). Gelukkig liet mijn fantastische lief (ja, hier ga ik weer) me later nogal vlug inzien dat je ook best een leuk en interessant leven kan hebben zonder universitair diploma in je handen en dat de hoogste punten en resultaten behalen niet het enigste is wat telt in ’t leven.
5. Ooit, in het eerste secundair, gaf ik een boekbespreking. Niet zo ongewoon, ware het niet dat de lerares Nederlands (een specialiste in pedagogisch inzicht, not!) me hiervoor een symbolische 11 op 10 gaf. Geestig. Een 11 op 10 die me zowat zes jaar achtervolgd heeft, vooral door de klasgenoten dan. Spijtig dat ik toen dat fantastisch lief nog niet kende.
6. Jàren aan een stuk had ik in mijn hoofd dat mijn eerste dochter ooit Bo zou heten en dat ik mijn eerste zoon ooit Luca zou noemen (Jaja, ik ken het verschil tussen noemen en heten Ladies en Gentlemen!).
7. Ik heb een serieuze hekel aan racistische mensen (en aan nog redelijk wat soorten mensen, maar we gaan niet te ver uitwijden :p), inclusief zo van die mensen die een verhaal beginnen met de zin “Allez, tè nie da’k ne racist ben é, mor…”
8. Ik heb een zeer grote fobie voor te laat komen, tot zeer grote ergernis van het fantastisch lief want die heeft dan weer een fobie om ergens als eerste toe te komen of nog erger: te vroeg!
9. Ik heb zeer, zeer weinig geduld. Wanneer ik moet aanschuiven aan een kassa of in een file terechtkom, sta/zit je het liefst niet bij mij.
10. Namen, titels, diploma’s, woonplaatsen, … maken op mij geen enkele indruk. Heel wat mensen ontbreken in mijn ogen dan ook een gezonde dosis zelfrelativering of stellen zichzelf te weinig in vraag.
Voor wie nog graag 10 dingen kwijt wil over zichzelf: go for it!
Een vriendelijke blogleesster vroeg me mailsgewijs nog eens wat ik nu eindelijk vond van de Beco en deed er me zo aan herinneren dat ik er dus eigenlijk wel nog iets over wou schrijven. Velen onder jullie hebben de Beco ook in gebruik, dus vul gerust de voor- en nadelen aan.
Voordelen:
Ontzettend makkelijk om aan te doen. Toen ik hem voor ’t eerst uit de verpakking haalde (en te lui was om de bijgevoegde handleiding te lezen en de handige dvd te bekijken), kreeg ik er kop noch staart aan. Eens je het door hebt, is het gewoon poepiesimpel. Eigenlijk precies het systeem van een rugzak om aan te doen en wat kliksystemen dichtklikken.
Er is een zeer goede steun onderaan, dus waar de baby op steunt en die rond je onderrug spant, voor mensen met lage rugpijn bijvoorbeeld (waar ik mezelf bijreken), is dit wel een groot pluspunt.
De schouderbanden zijn zeer breed en zacht, je voelt niks, maar dan ook niks snijden (in tegenstelling tot bij de Babybjorn bijvoorbeeld).
Er zit ook een verkleinstukje/doekje in, dus in principe kan je er ook mini-mini baby’s in dragen. Zelf heb ik dit niet gebruikt, want de eerste weken/maanden gebruikte ik uitsluitend de Tricot Slen, dus ik kan niet zeggen of een boorling er ook goed in ligt (misschien heeft iemand anders dit wel al geprobeerd?).
Je kan hem heel makkelijk en klein opvouwen. Je kan hem gewoon meepakken in een grote sjakosj.
Zeer modieus vind ik persoonlijk, leuke prints.
Je kan hem gebruiken zowel op je buik als rug. Ik probeerde het voorlopig enkel nog maar op mijn buik.
Hij is niet te warm, je zweet je er niet te pletter in op warme dagen (je kindje ook niet trouwens), voldoende ventilatie dus.
Er zit een superhandig kapje bij (wat Katrien onlangs verloor, maar dus bij te bestellen is indien nodig), om je baby’s hoofdje te beschermen tegen wind, regen, zon, …
Je kan er kindjes in dragen tot 25 kg. Renee heeft er -met haar 13 kg- nog niet ingezeten en dat zal waarschijnlijk ook niet gebeuren, want zij is geen draagkindje (nooit geweest trouwens).
Nadelen:
Hij is niet goedkoop. Maar dit is persoonlijk uiteraard. Je moet gewoon voor jezelf uitmaken hoeveel je hem zal gebruiken (en voor hoeveel kindjes), net zoals bij alles dus (een winterjas bijvoorbeeld :p). Het lijkt me slimmer -als je dan toch gaat dragen- om een deftig systeem te zoeken, bespaart jezelf en je baby klachten. Je kan hem na gebruik natuurlijk altijd nog doorgeven/doorverkopen.
Spijtig ook dat hij niet op meerdere plaatsen te verkrijgen is, alhoewel de bestelling en levering hier ontzettend vlot verlopen is.
Misschien nog een klein nadeel, het feit dat je de baby enkel kan dragen met zijn/haar gezicht naar je toe. Voor nieuwsgierige baby’s en ietwat oudere kindjes is dit misschien iets minder.
Samenvatting: een aanrader!
Wij zitten met een logé van ‘t weekend…
Geen tijd om eerst haar eigen jas uit te doen, hij zou en hij moest eerst zijn pyjama aanhebben…

Versleten na een drukke schoolweek, samen tv kijken…

Wie zou er ‘t eerst in slaap gevallen zijn…

‘k Heb zo’n vaag vermoeden dat we zullen weten wat gedaan van ‘t weekend…
Onze zoon werd deze morgen om kwart voor zes, 5 u 45 dus, wakker. Moest het niet al zo koud zijn, ‘k zou een decadent tuinfeest organiseren om dit te vieren. Met uitzondering van woensdagmorgen werd hij de laatste kweetniehoeveelmeer nachten wakker rond 04u03, 04u20, 5u16, enzovoort… Een mens zou er bijna moe beginnen door worden zeg. Kwart voor zes is dus een feest waard.
Maar ’t is niet alleen daarom dat moeder ongelooflijk fier is op hare onze kleinsten. Toen ik om 5u 47 in zijn kamer kwam, zijn tuutje vasthield en hem vroeg “Henri’tje, wil je soms je tuutje?”, antwoordde hij uiteraard nog niet met een “Ja allerliefste mama van de hele wereld, geef mijn tuutje maar.”, (niet dat ik denk dat dit nog lang zal duren!), maar hij strekte zijn rechterarmpje uit, nam met zijn rechterhandje het tuutje uit mijn hand en stak het zelf in zijn mond, draaide zich op zijn linkerzij en sliep verder, alsof het de normaalste zaak van de wereld was van een tuutje over te nemen en in zijn mondje te mikken! Allez, vijf maanden astemblieft! ‘k Ben fier op mijn onze zoon zo.
En dan tweede fiermoment van de dag! De dochter die hier vanavond efkes een staal geeft van hoe je voorwaartse koprollen moet uitvoeren en met zo’n air van “Wat? Ik doe dit toch al jaren!?”. ‘k Weet niet hoe het met u zit, maar ik vind dat flink zo op drie jaar kunnen koprollen!
En hoe stelt onze kleinsten dat op zijn vijf maanden zo in zijn leven? Wel, sinds kort, rijdt hij ons gras af, leert hij Spaans, vervangt kapotte lampen en kan hij een perfecte sabayon kloppen.
Of misschien nog net niet.
Truukjes met zijn lip kan hij wel nog altijd. En we blijven 100 keer per dag zeggen “Kijk kijk! Moet nu zien wat em doet!”
Moest er mij iemand tijdens zijn eerste zes weken gezegd hebben dat hij zó een rustige baby zou worden, ewel, ‘k had direct de MUG gebeld om diene mens in kwestie te laten ophalen en te laten onderzoeken. Voorlopig (we blijven ondertussen altijd wel hout vasthouden), weent Henri Petit enkel maar meer wanneer er echt iets is. Zo gemakkelijk jong! En voor de rest…
Voeding
Hij blijft goed en vol enthousiasme zijn groentepapje opeten, 150 gram gaat er vlotjes in en voor dessert drinkt hij meestal nog een flesje van 150 cc melk. Niet slecht dus. Wat een luxe, een baby hebben waarbij je niet moet gefixeerd zijn op gewicht en op iedere gram en op elke cc dat in dat lijveke verdwijnt. Voorlopig staat hij dus nog op 4 à 5 melkflessen (meestal van 180 of 210 cc). We geven er nog altijd één rond 23u in de hoop dat hij het dan rekt tot na 6u ’s morgens, wat sedert ergens in juli wel zo is, want als hij wakker wordt ’s nachts is het niet door de honger maar wil hij vooral aandacht en knuffels (van de mama).
Slapen
Zoals gezegd slaapt hij door sedert ergens in juli. In september heeft hij wel nog een nacht of tien het wild beest uitgehangen. Wakker worden rond drie uur en dit ook blijven tot een uur of vijf. Brabbelen en brabbelen en brabbelen. Een ambetantigheid dat zijn kamer zich bevindt naast de kamer van de zus en hij daardoor altijd in ons bed belandde en érg dat hij dat vond, maar erg! De laatste weken slaapt hij van rond 20u (met nog een fles om 23u dus) tot rond een uur of halfzes-zes uur. Alles nà zes uur vind ik goed te doen, maar ’t zijn die dagen dat de dag vóór zes uur begint, die vrij lastig zijn zoals iedereen wel weet met kleine koters in huis.
Verbaal
Hij weent weinig, echt weinig. Wanneer hij weent, moeten we gewoon enkele dingen checken: pamper bekijken op kaka en zien of al zijn ledematen nog ín zijn park liggen en niet ergens tussen de spijlen liggen te bengelen. Sinds kort kan hij ook echt roepen, in alle toonaarden. Hij “roept” zijn zus ook heel dikwijls, wanneer hij ze hoort, maar niet ziet bijvoorbeeld, dan kan hij zich wel eens stellen, voor zover een baby zich al kan stellen. Glimlachen doet hij van zodra er gewoon naar hem gekeken wordt. Zijn schaterlach is Zo.Ontzettend.Grappig! ‘k Probeer het al enkele dagen op video vast te leggen, maar ’t is nog niet gelukt. Schaterlachen doet hij wanneer hij zijn zus zotjes ziet doen of wanneer hij kusjes krijgt in zijn nek net onder zijn oorlelletje (ja, ik test dat allemaal uit).
Cijfertjes
Geen idee hoeveel hij weegt voor de moment, ergens tussen de zes en zeven kilo alleszins, maar aangezien hij niet onderaan de curves bengelt, weiger ik hem continu te laten wegen. Ook over de lengte valt te gokken, alleszins onder een meter nog (duuuh), maar hoeveel precies, geen idee. Van sommige kleertjes past hij nog in een 62, bij andere past een 68 dan weer beter.
Ontwikkeling
Zijn grijpen is echt -vind ik persoonlijk dan- wel indrukwekkend, zijn techniek is volledig anders dan de zus indertijd. Bij haar was het van: “Oh kijk, ik zie iets, ik pak het, on-mid-del-lijk, oh ik zit er naast, oh nog eens en bibber, bibber en floep, ja ‘k heb het vast!”. Henri doet het anders, hij kijkt eerst zeer aandachtig en geconcentreerd naar hetgeen hij wil, zonder te bewegen, brengt dan zijn hand en arm (aja, want zijn handen hangen aan zijn armen bij diene baby van ons!) naar het object dat hij wil en neemt het kordaat vast, één poging nodig. Sinds vorige week probeert hij zich met een slag van zijn benen en ’t gebruik van de buikspiertjes zich vooruit te slaan in zijn relax (misschien de beginselen van het zitten ooit?). Hij heeft enorm veel kracht in handen en benen. Een snok aan je haar of stamp tegen je buik, voel je weldegelijk. Voor de rest vult hij zijn dagen met rollen langs alle kanten. Van buik naar rug en omgekeerd. Met precies wel een lichte voorkeur voor de linkerkant. Hij rolt meestal via zijn linkerzijde naar buiklig. Hij blijft zijn vuistje in zijn mond steken, net zoals zijn voet, gelukkig nooit tegelijk. Zeveren doet hij continu, maar dit doet hij al sedert de ontsnapping uit mijn buik, dus de zin “Ahja, hij zal tandjes aan ’t krijgen zijn!” hoeft niet zo honderd keer per dag.
Sociaal
Net als zijn zus indertijd is hij vooral zeer content wanneer hij zit waar de ambiance te doen is. Zet hem midden de living en hij is content. Vooral wanneer zijn zus dan nog eens rond hem flaneert. En knuffelen! Knuffelen en knuffelen! We hebben een baby die zichtbaar geniet van de vele knuffelmomenten. Typisch voor jongetjes?
Uiterlijkheden
Hij blijft natuurlijk het allerschoonste babyjongetje ter wereld, dat is evident. Zijn ogen blijven (voorlopig?) blauw en zijn haar is aan het verblonden. Hij heeft nog altijd de zachtste en schattigste wangetjes die een mens zich kan voorstellen en bezit een zeer grappig mondje waarmee hij de laatste dagen graag zijn laatste trucje showt: Verdwijning van de Onderlip.



Hét virus is verdwenen zoals het gekomen was, snel dus.
Zondag was ze nog wat zwakjes, de ganse dag op non-food doorgebracht, ’s avonds had ze wel wat zin in chocomelk. Niet het beste om te drinken na een periode van een ambetante maag, maar we hadden beiden geen zin om een welles-nietes-spel te beginnen, dus kreeg ze chocomelk, dronk er drie slokken van, veranderde na tien seconden in Sneeuwwitje en had gelukkig nog net tijd genoeg om richting toilet te spurten en de chocomelk in de wc-pot te lanceren “Kiiiijjjjjk, ’t is allemaal mijn sokomelk!”.
Gisteren gelukkig geen school (pedagogische dinges en al) en mocht ze heel fier samen met broer naar de crèche. Nog een zwak dagje qua eten maar voor de rest bijna weer op en top. Gelukkig maar, want vandaag wordt met de klas de kinderboerderij bezocht. Opnieuw heel fier vertrokken, met regenjas en regenbroek aan, roze laarzen met rode aardbeien op, drie zandwiesen in de brooddoos, een appelsapje, een rijstmelk en rauwe worteltjes. Als ze dit allemaal kan binnenhouden is ze er volledig door me dunkt.
nvdr: de rest van het gezin heeft voorlopig nog niks spectaculairs mogen beleven op lichamelijk front, hopelijk blijft het zo, een kleuter zien overgeven is al één ding, maar een baby, brrr…
Note to myself: kinderkes geven nooit in één keer over en zeker ‘s nachts niet, kotspartijtjes gebeuren in verschillende fasen, minimum twee.
Wanneer je de eerste keer de kotskamer binnenkomt en alles zuur ruikt, lasagne gewoonweg overal verspreid is, inclusief stuk muur, stuk vasttapijt, uiteraard al het beddengoed, pyjama van het kind, haar van het kind, neusgaten van het kind, … dan is het eigenlijk niet zo verstandig om rond 00u55 iedere vierkante millimeter te beginnen opkuisen, want er komt nog een tweede episode en misschien wel nog een derde, ambiance.
Tweede lasagneverspreidmoment kwam rond een uur of twee gecombineerd met een ongelooflijk wit kind dat nog maar eens stukjes niet-verteerde pasta in neus- en oorgaten mocht verzamelen, ocharme ’t dutske. Nog maar eens gewassen en ze proberen sussen met een “Morgen mag je volledig in ’t bad.”. Beddengoed verversen begon een probleem te worden, want ik ben zo ene die niks in grote getale aankoop (behalve water, melk en toiletpapier). Het pinsessengedoe zat sedert woensdag in de vuile wasmand en zou normaalgezien vandaag (zondag) gewassen worden. Het kikkerbeddengoed had ze al onder gekotst. Dan maar gewerkt met een hoop handdoeken en een bloot donsdeken.
Een goed halfuur later derde kotsbeurt, o-ver-al. Hoe groot was die lasagne eigenlijk? Zeven kilo? Donsdeken dan maar wat afgeschrobd met een nat washandje en ’t bed nog maar eens voorzien van een nieuwe lading handdoeken. En hey! Tijdens het opruimen van het derde spuugspektakel werd ook el padre wakker, altijd handig wanneer je met twee ouders brokken niet-verteerd eten kan opruimen.
Iets na drie toch allemaal weer in bed gesukkeld om een goed uurtje later “Papaaaaaaaaa!” te horen. Yes! Moeder vrij van dienst. Een diarreebeurt. Geen spuug zonder kaka zeg ik altijd. Werkje voor de papa. Een uurtje later nog eens van dat.
Om zes uur de kleinsten wakker, die gelukkig (voorlopig?) nog gespaard blijft van dergelijke evenementen.
En vandaag is het een dagje met licht eten en ohja, veel was. Lang leve de zondag voor de maandag.
Tijdens het wandeltochtje van de school naar de auto:
Ik: Amai, er liggen hier echt wel heel veel blaadjes hé?
Zij: * zucht *
Ik: Allez, ‘t is toch waar? Er liggen hier toch veel blaadjes?
Zij: Tuuuuujlijk wel! ‘t Is toch hefst!!! * zucht en met een attitude zo van weet die nu echt niks? *
Ik: Euh, ja, ‘k weet het wel…
(10 seconden stilte)
Zij: En de eikels fallen fan de bomen!!! En de appels wojden jood!!! En de jupsen eten feel en wojden fjindels!!!
En dan heb ik maar wijselijk gezwegen, want ‘t was precies de moment niet om nog verder te converseren. ‘t Thema van de week was me ondertussen al duidelijk
Blablabla