1 september was net zoals voor vele mama’s en papa’s ook voor ons een ietwat speciale dag, ons miss startte in haar nieuwe crèche. Haar echt voorbereiden hierop was naar mijn gevoel niet goed gelukt, ‘k had wel regelmatig gesproken over nieuwe vriendjes enzo, maar dat vatte ze niet echt volgens mij, alhoewel ze wel perfect begreep dat we nu in een “nieuw uis” woonden.
De maandag was schitterend verlopen, ze afgezet met een glimlach en ze gaan ophalen met een glimlach. Superlatieven over ons KleinKonijn van hier tot in Moskou, moeder en vader fier, uiteraard. Ze vonden haar ontzettend lief en een uiterst gelukkig kind en waren verbaasd over haar taalvaardigheid en vooral over haar zelfstandigheid. Ze begrepen het niet dat ze haar niet moesten en vooral niet mochten helpen met schoenen/kousjes/jasje aan- en uitdoen en patatjes/fruit eten. Dingen die wij (al dan niet terecht) al reeds een tijdje als doodnormaal beschouwen. Ook had ze de ganse dag flink pipi op ’t potje gedaan, geen enkel accidentje gehad. ’s Avonds was ze moe, maar dus nog altijd aan het lachen.
Dinsdagmorgen werd ze wakker en begon het “Nie A., spelen Hidde en Feddi!”. (Hilde en Ferdi) Ik mocht haar haar niet kammen, want “Feddi aatjes mooi maken.”, enzovoort, … ‘k heb er niet teveel op gereageerd en haar met evenveel enthousiasme proberen afzetten in de crèche. En dan kwamen ze, de waterlanders, en als er één ding is wat wij echt niet gewoon zijn van ons spook is dat ze weent omdat ze verdrietig is… ’s Avonds was ze ongelooooooflijk content om mij te zien, de verzorgsters verzekerden mij dat ze niet meer geweend had nadat ik vertrokken was en nogmaals “’t Is toch zo een lieve.” “Ze is toch zo schattig.” “En ze kan zo flink alleenspelen.” Euh? ‘k Heb dan voorzichtig maar toch duidelijk proberen zeggen dat wij niet vinden dat een tweejarige flink alleen moet kunnen spelen, dat wij het aangenamer en beter vinden dat ze samen met andere kindjes speelt, dat we haar daarom niet flinker en braver vinden, etc….
De dagen erop telkens opnieuw tranen en een enorm triestige “Mamaaaaatjeuh!” bij het afzetten, ’s avonds enthousiasme bij het ophalen. Ze bleef op haar eentje spelen, quasi nul interactie met de andere kindjes, wel flink gegeten constant, geen pipi- of kaka-accidentjes, deed enthousiast mee met alle activiteiten (vooral de kringspelletjes), enzovoort… Maar ’t ergste: ze sprak geen woord. Geen leuk iets om te horen, want ze is echt wel een mega-tettergatje en ‘k begon uiteraard al zwaar te twijfelen aan de keuze die we genomen hadden.
Dan maar eens overlegd met ons oude vertrouwde plekje J eens besproken met Hilde wat zij vond van de beschrijvingen dat de nieuwe verzorgsters gaven aan Renee (“Heu? Dat is toch Renee niet?”). Hilde opperde dat Renee misschien ontzettend verdrietig was omdat ze misschien dacht dat haar vorige vriendjes en zijzelf en Ferdi gewoon niet meer bestonden ofzo. Wat denkt een tweejarige? En ja, dat leek toch logisch. Wij houden toch ook contact met mensen die we twee jaar bijna dagelijks zagen, maar Renee kan nu eenmaal nog niet telefoneren, mailen, enzovoort… Dus, op mijn vrije woensdag naar haar vorige crèche getrokken, ’t was een risico, maar hey, ’t was ’t proberen waard. Zoooo enthousiast dat ze was om iedereen terug te zien, ‘k vond het ongelooflijk aandoenlijk, niet normaal, na 10 minuten was ze al dat jongensgeweld weeral aan ’t commanderen * g *.
De dag erna hield ik mijn hart vast “Straks mag je naar je vriendjes hé…” en zij “Ja, A.! Nieuwe fiendjes!”. Bingo! En sedertdien loopt ze recht naar de verzorgsters toe en is ze heel enthousiast. Ze zijn daar heel content dat ze eens een echt meisje-meisje hebben (heu?), zo eentje dat gans de dag wil knuffelen (heu?), die graag gepakt wordt en op de schoot zit (heu?), die niet wild maar altijd rustig speelt (heu?) en die vooral zó lief en schattig is (ahja!).
Nu, tijdens haar derde week daar babbelt ze nog niet tegen de andere kindjes (tegen de verzorgsters schijnt het wel te komen) en de kindjes nog niet tegen haar maar ‘k begin misschien wel door te hebben hoe het komt. De andere kindjes heb ik nog niet horen spreken, enkele moeders daarentegen wel “Angt uie frak mor an de kapstok!”… misschien is het niet zo abnormaal dat de communicatie nog niet zo vlot…:)
P.S.: Merci aan alle mensen die me de afgelopen weken smsten, belden, mailden om te vragen hoe de start verlopen was, ontzettend lief en attent. Hilde, bedankt voor je wijze raad en pedagogische inzichten, opnieuw. J
Blablabla